< vrouwen en boeddhisme >

Luister, bewonderenswaardige yogini, die de geheime inzichten beoefent
De basis voor het verwezenlijken van vrijheid is het lichaam,
man of vrouw maakt niet veel verschil.
Maar als een vrouw zich volledig richt op de bevrijding,
is een vrouwenlichaam beter.

Mother of Knowledge,
the enlightenment of Yeshes Tsogyal

(Vrije vertaling, zie 1. einde artikel voor Engelse versie)


> Nonnen van een nonnenklooster in Tatsang, Tibet, 1903

Deze uitspraak, gedaan door Padmasambhava toen hij de vajrayana en dzogchen inzichten doorgaf aan Yeshes Tsogyal, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. De leraar van zijn leraar, Garab Dorjé stelde al in de vierde eeuw dat het oplossen van het lichaam in een regenboog tijdens het sterven, als teken van ultieme verwezenlijking, meer bij vrouwen voorkomt dan bij mannen. Hoe kan het dan dat de inzichten uit het boeddhisme en de praktijk – de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen - zo ver uit elkaar liggen? En dat er maar heel weinig vrouwelijke leraren zijn geweest?

Het begon goed. Boeddha zag geen intrinsiek beletsel voor vrouwen om het boeddhisme te beoefenen en de bevrijding te verwezenlijken. Hij was wel pragmatisch, en voorzag wat strubbelingen om de monniken gemeenschappen te mengen met vrouwen. Het celibaat was bijvoorbeeld voor monniken moeilijker vol te houden dan voor nonnen. (1) Begeerte bleef gemakkelijk opvlammen in een mannenlichaam. En, omdat al zoveel mannen zijn voorbeeld volgden, en hun gezin verlieten om zich terug te trekken uit de wereldse beslommeringen, waren vrouwen hard nodig om voor de kinderen en het inkomen te zorgen. Na een eerste afwijzing bedacht Boeddha zich en werden vrouwen als nonnen toegelaten tot de orde, zij het dat er acht speciale leefregels voor hen waren, volgens Boeddha 'om een dijk te bouwen rond een groot reservoir zodat het water niet over kan stromen'. (2) Deze regels plaatsten de nonnen in feite onder controle van de monniken, en dienden als een soort compensatie richting de overwegend patriarchale maatschappij.


Het voorbeeld ...

Ook de tantristische leraar Padmasambhava, die door Boeddha al was aangekondigd als een krachtiger leraar dan hijzelf, had veel vertrouwen in het potentieel van vrouwen. Het meest esoterische woordloze inzicht had hij immers zelf ontvangen van een vrouw, de dakini Sûryachandrasiddhi (Skrt. -Tib:Lékyi Wangmo-). In de achtste eeuw bracht Padmasambhava de vajrayana en dzogchen traditie naar Tibet, en gaf deze vergaande inzichten en oefeningen slechts door aan een paar van zijn meest nabije leerlingen, waaronder zijn vrouwelijke partner Yeshes Tsogyal, en aan Pema Tsal, de achtjarige dochter van de Tibetaanse koning.

Omdat Padmasambhava voorzag dat er moeilijke tijden zouden aanbreken voor het boeddhisme, werd het dzogchen (3) onderricht, zoals de 'Hartessentie van de dakini's' (Khandro Nying Thig) en het onderricht over 'de Spontane Bevrijding in leven en sterven' (waar het Tibetaanse Dodenboek deel van uitmaakt), door Yeshes Tsogyal opgeschreven en op diverse plekken in Tibet verstopt. Daardoor kunnen wij nu nog beschikken over al het onderricht van Padmasambhava, en dat hebben we te danken aan een vrouw! Later werden deze teksten overeenkomstig de voorspellingen van Padmasambhava teruggevonden door zogenaamde tertöns, de vinders van geheime teksten.

Nadat Padmasambhava vertrokken is naar het westen, heeft Yeshes Tsogyal haar eigen kennistraditie gesticht en lesgegeven totdat zij is overgegaan naar de oneindige Ruimte, waar vandaar zij, net als Padmasambhava, altijd beschikbaar is op de momenten dat je haar nodig hebt.

'Mijn mededogen zal nooit veranderen of verminderen,
het is een misvatting dat ik ben overleden.
Ik ben niet gestorven en nergens heen gegaan.
Wanneer je mij aanroept en volledig op mij vertrouwt,
zal ik je alle benodigde krachten schenken,
Ook als ik niet persoonlijk aan je verschijn.' (4)

(Voor Engelse versie: zie 2. einde artikel)


   > Yeshes Tsogyal

... en de praktijk

Hoewel Padmasambhava heel duidelijk maakt dat mannen en vrouwen vanuit dzogchen gezien gelijkwaardig zijn, is de praktijk van het boeddhisme, onder andere in Tibet, anders uitgevallen.
Onder invloed van de vier verschillende concilies, (vergaderingen van boeddhistische geleerden), die de uitspraken van de Boeddha tot ver na zijn overlijden interpreteerden (ongeveer 485 v. Christus, toen Boeddha net overleden was, tot eind 1e eeuw), nam het verschil tussen het aantal klooster leefregels voor nonnen ten opzichte van monniken verder toe. (5) Tot op heden blijft een non, ook al heeft ze jaren van kennis en ervaring, officieel een leerling (novice), en is ze verplicht om te buigen voor de jongste, net tot de orde toegetreden monnik, en is haar plaats in de meditatieruimte of in de rij voor voedsel, achteraan. Volle ordinatie (tot volwaardige non) is binnen de Tibetaanse traditie niet mogelijk, en moet in andere landen worden gehaald, dikwijls binnen een andere traditie dan degene die gevolgd wordt.

Is de boeddhistische traditie een afspiegeling van de heersende cultuur? In Tibet, maar ook in Bhutan, werden vrouwen als lagere wezens beschouwd. Eén van de Tibetaanse woorden voor vrouw is skyes dman, 'lager wezen' of 'lage' geboorte. Leren lezen en schrijven behoorden in elk geval tot de Chinese inval rond 1959 niet tot de vorming en opvoeding van een meisje. Jonge meisjes werkten op het land, hoedden de dieren, en leerden weven als handvaardigheid. Zelfs vrouwen die in adellijke families geboren werden waren dikwijls het lezen en schrijven niet machtig. Voor deze vrouwen bestond hun toekomst uit een gearrangeerd huwelijk met een andere adellijke familie, om hun gebied uit te breiden en verzekerd te zijn van een niet-oorlogszuchtige buurman.

Als een vrouw zich aangetrokken voelde tot het beoefenen van het boeddhisme, kon ze rekenen op flinke weerstand. Niet alleen moest ze dan opboksen tegen de wil en de normen van haar vader of oudste broer, soms bekrachtigd door flinke afranselingen of opsluiting, maar ook binnen de kloostermuren werd het haar niet gemakkelijk gemaakt. Haar werd bijvoorbeeld voorgehouden dat ze eerst als man herboren moest worden om de ware bevrijding te bereiken, zoals in de verschillende Mahayana teksten wordt vermeld.
Wat wij niet moeten vergeten is dat alle teksten die teruggaan op uitspraken van de Boeddha altijd na eeuwenlange mondelinge overdracht door mannen werden opgetekend!

Omdat lezen en schrijven en dus de toegang tot de teksten voorbehouden was aan mannen hadden de monniken een zekere status. Giften, in goud, geld, sieraden en voedsel, gedaan door de adel en de gewone bevolking maakten deze kloosters welgesteld tot zeer rijk, in tegenstelling tot de nonnen kloosters, die heel arm waren. Toch twijfelden de vrouwen, voor wie het leven in de kloosters hardvochtig was, niet aan hun keuze. Dikwijls gevlucht voor een gewelddadige echtgenoot of voor de uitbuiting door hun schoonfamilie, bij wie zij [naar Tibetaans gebruik] na hun huwelijk woonden en aan wiens luimen ze zich daarmee onderwierpen, wijdden ze zich in de relatief veilige omgeving van het klooster aan het verbouwen van voedsel, het uitvoeren van rituelen, en het bidden voor het welzijn van alle levende wezens, in de hoop zo goed karma te verzamelen voor een volgend leven.
Sommige rondtrekkende nonnen werkten zelfs bij de aanleg van wegen om in hun levensonderhoud te voorzien.


De yogini traditie

Samen met het ontstaan van een meer esoterische boeddhistische traditie – de vajrayana – gloort dan een opwaardering van het vrouwelijke. En voor vrouwen geven deze inzichten, die gebaseerd zijn op zogenoemde tantra's, hoop op een inhaalslag, omdat ze helder maken dat de bevrijding uitsluitend inclusief het lichaam, emoties en seksualiteit verwezenlijkt kan worden. De vajrayana beschouwt alles wat in de voorgaande yana's ontstegen, getemd en vermeden dient te worden, als kostbare energiestromen die, eenmaal getransformeerd, zuiver en puur zijn. Met andere woorden: de noodzaak om vrouwen als oorzaak van begeerte, lust en gehechtheid te zien wordt in deze traditie juist omgekeerd. Het wordt noodzaak om deze gevoelens binnen meditatie te gebruiken, met als doel het ware inzicht van de beoefenaar voorbij dualiteiten te onthullen.

Dit werd in praktijk gebracht door bijvoorbeeld de maha-siddhi's, een traditie van onaangepaste yogi's in India tussen de zevende en twaalfde eeuw, die samenleefden met vrouwelijke yogini's uit lagere kasten om de seksuele energie te exploreren in hun gezamenlijke meditaties. Vier van deze vierentachtig beroemde yogi's waren vrouw, en sommigen, zoals Saraha de pijlenmaker, hadden een vrouwelijke leraar.
Er worden, ook binnen de kloosters, veel afbeeldingen van prachtige blote vrouwenlichamen gebruikt als vrouwelijke meditatie-godheden. Het vrouwelijke, als manifestatie van puur Inzicht en Ruimte, krijgt in India en in Tibet, dat veel van deze tantristische inzichten uit India overnam, zelfs haar eigen mandala (zoals Vajrayogini) en rituelen, en wordt gezien als gelijkwaardig aan het mannelijke aspect. De beoefenaars van de vajrayana traditie leggen zelfs een gelofte af, de samaya, waarin zij beloven vrouwen niet te minachten.
Dit betekende echter niet dat vrouwen het in de praktijk gemakkelijker kregen. Het diepgewortelde geloof in hen als dragers van slecht karma, uitmondend in hun huidige lage geboorte, resulteerde binnen het institutionele boeddhisme hoogstens in een meer medelijdende houding, vanwege de zware omstandigheden die de lage geboorte met zich meebracht.

We kunnen met zekerheid stellen dat vrouwen en nonnen gewoonlijk geen toegang hadden en hebben(!) tot het verdergaande onderricht. Jetsun Khandro Rinpoche, een belangrijke jonge hedendaagse Tibetaanse vrouwelijke leraar, werd niet zo lang geleden tijdens haar opleiding door een leraar de toegang geweigerd tot het bijwonen van bepaald onderricht, vanwege haar vrouw-zijn.
Toch zijn er ondanks (of misschien dankzij) de lastige situaties waarin vrouwen zich bevonden altijd grote vrouwelijke beoefenaren geweest, dikwijls in afzondering levend als yogini onder angstaanjagende omstandigheden vanwege de rondtrekkende rovers die niet terugschrokken voor verkrachting, geweld en moord.
Mogelijk maakten deze ver uitgekristalliseerde yogini's gebruik van een orale overdracht. Zij konden in elk geval niets op schrift zetten en er was niemand geïnteresseerd om hun biografie te schrijven! (Voor uitzonderingen: zie boekenlijst).


Misbruik van macht

Ook binnen het boeddhisme bestonden geweld en (machts)misbruik. Het kwam regelmatig voor dat monniken die samenleefden met vrouwen of nonnen (wat binnen de Nyingma en Kagyü scholen werd toegestaan) vreemdgingen en/of hun vrouwen sloegen. Wat overigens door de vrouw dikwijls werd geaccepteerd als normaal.
De boeddhistische inzichten van het mandala onderricht (zie boekenlijst) leren ons dat woede als emotie verbonden is aan het element water, vanwege enerzijds de beweeglijkheid en kracht ervan in het lichaam, en anderzijds de vele verschijningsvormen van zowel woede als het element water (ijs, tsunami, de druppel). Water stroomt bovendien altijd naar beneden, en zoekt de weg van de minste weerstand. Frustratie, opgelopen in het contact met een meerdere, of met omstandigheden die tegenzitten, wordt woede en stroomt het gemakkelijkst naar beneden, en richt zich op iemand of iets die fysiek of verbaal minder kracht heeft of afhankelijk van je is, zodat een man zijn vrouw slaat, zijn kind, of de hond.















> een moderne versie van de mandala



Boeddhisme in het Westen

Rond 1959 (de Chinese inval) heeft het boeddhisme, dat in Tibet in zijn compleetheid bewaard was gebleven, zich verspreid naar Europa en Amerika omdat veel Tibetaanse leraren naar het Westen zijn gevlucht. Hierdoor komen steeds meer westerlingen in aanraking met de vergaande kennis uit deze traditie.
Daardoor wordt ook de kloof tussen de briljante inzichten over mededogen of compassie, de werking van het bewustzijn, en de houding tegenover vrouwen binnen het door mannen gedomineerde boeddhisme onthutsend en pijnlijk zichtbaar.
Bovendien zien we machts- en seksueel misbruik terug in de relatie tussen oosterse boeddhistische leraren en hun westerse studenten. In sommige gevallen is de seksuele toenadering misschien tot beider tevredenheid. In veel gevallen veroorzaakt zij echter veel pijn en lijden bij de betrokken vrouwen, en is het naar buiten brengen van het misbruik nog altijd omringd door een haag van wantrouwen richting de klokkenluider, soms gevolgd door uitstoting, terwijl het gedrag van de leraar vergoelijkt wordt en zijn persoon beschermd, zelfs door vrouwen.

Dankzij een aantal moedige en niet wijkende wegbereiders (6) begint zich een kleine verschuiving af te tekenen binnen het patriarchale boeddhisme. Vrouwen, in allerlei stromingen van het boeddhisme, doen onderzoek naar het vrouwelijk principe en publiceren erover. Vrouwen worden vertalers die het Tibetaanse onderricht voor westerse studenten omzetten in de Engelse taal, of worden zelf belangrijke leraren, zoals Pema Chödron, Joan Halifax, Tenzin Palmo en Tsultrim Allione. Westerse nonnen leiden inheemse nonnen kloosters, o.a. in Noord-India, en zorgen dat ook het verdergaande onderricht voor deze nonnen beschikbaar komt, samen met een regelmatig toegediende injectie zelfvertrouwen.


De kracht van het vrouw zijn

Dit zelfvertrouwen heeft zijn wortels in het onbeperkte vertrouwen dat Garab Dorjé en Padmasambhava, zo'n 1500 jaar geleden hadden in vrouwen en in de vrouwelijke belichaming. Waar is dit op gebaseerd?

  • Vrouwen zijn minder gefascineerd door het intellect en kunnen zich daardoor gemakkelijker openen voor het woordloze inzicht, voorbij alle denkbeelden.
  • Hun lichamen, en specifiek de baarmoeder en vagina, dragen en omhullen het meest basale tijdloze aspect; de Ruimte waarin alle verschijnselen ontstaan.
  • De menstruatie en de daarmee gepaard gaande fysieke veranderingen en gemoeds stemmingen maken de veranderlijkheid zelf heel duidelijk, waardoor het lichaam lastiger teruggebracht kan worden tot een houdbaar concept.
  • Vrouwen staan door de mogelijkheid tot zwangerschap, het krijgen, verzorgen en intieme contact met de baby, maar ook door de menstruatie en hormooninvloeden dichter bij het voelen van de innerlijke energiestromen en daardoor dichter bij het ervaren zelf.
  • Vrouwen zijn lichamelijker en emotioneler, en hebben daardoor meer kansen om de emoties te herkennen als ingang naar helder gewaarzijn.
  • Van nature zijn vrouwen altruïstischer; er is sprake van een aangeboren neiging tot zorgzaamheid en daardoor zijn zij minder ego-gericht.
  • Het lijden (menstruatie- en bevallingspijn, onderdrukking, enzovoort) kan een wezenlijk verlangen voortbrengen naar bevrijding en is, bij voldoende moed, voor het bewustzijn de slijpsteen naar een helderheid en vervulling die zich heeft vrijgemaakt van de omstandigheden.

Langzaam maar zeker wordt het patriarchale boeddhisme wakker geschud en aangevuld met een (westerse) vrouwelijke benadering, wat heel kloppend is, gezien vrouwen het meest geïnteresseerd zijn om het pad naar bevrijding voluit te gaan. De meeste studenten hier in het westen zijn vrouwen!

De Boeddhistische Omroep Stichting heeft recent een serie portretten gemaakt over vrouwen en boeddhisme waarin een aantal vrouwelijke leraren, zowel Tibetaans als westers, worden gevolgd.
Ook in Nederland zijn er vrouwelijke leraren actief binnen de Nyingmá, Shambhalá en Zentraditie. (7) Yotika Hermsen geeft door het land workshops en retraites. En daarnaast alle andere vrouwen die het boeddhistisch gedachtegoed doorgeven die ik niet heb genoemd.


Vrouwen en dzogchen (8)

De Vajrayogini groep (vajrayoginigroep) is ontstaan vanuit het zoeken naar de essentie van de vrouwelijke verwezenlijking vanuit de vajrayana en dzogchen. De groep wordt gegeven door Marjan Möller (9) en bestaat uit vrouwen. Er wordt onder andere gewerkt met de dzogchen inzichten en oefeningen die via de vrouwelijke lijn zijn overgedragen. De basis voor dit onderricht wordt gelegd in de één-jarige studie Boeddhistische Psychologie (10), waar de inzichten uit de hinayana en mahayana en een deel van de vajrayana aan bod komen. BP is daarmee een voorwaarde voor het volgen van deze groep.
Dzogchen als geheel van inzichten evolueert in feite uit de hinayana, mahayana en vajrayana. Het geeft op de meest scherpe en heldere manier woorden aan het ontwaken of de bevrijding, niet als doel in de toekomst en niet als intellectueel inzicht, maar als levend ervaren in het moment zelf en vanuit het belichaamd zijn.

De vrouwelijke belichaming heeft haar eigen specifieke ontvankelijkheid voor dzogchen, en daarmee ook haar inherente valkuilen. Beide worden uitgebreid geëxploreerd.
We werken daarnaast met het volledig ruimte geven aan de specifiek vrouwelijke energie, seksualiteit, passie, ontvankelijkheid, verrukking, creativiteit, en de moed om jezelf te zijn en dit in de wereld neer te zetten. Niet als vrouwelijk tegenover mannelijk (want die twee energiestromen vullen elkaar volmaakt aan), en ook niet uit concurrentie met of het overtroeven van het mannelijke, maar als het ontwikkelen van de vrouwelijke en mannelijke energie in jezelf en het versmelten van beide tot één kracht die zich – in een vrouwenlichaam – totaal ongeremd en vrij kan manifesteren.
De oefeningen en meditaties zijn volledig gebaseerd op het traditionele onderricht van Padmasambhava, Yeshes Tsogyal en Longchenpa (die de Khandro Nying Thik opnieuw heeft overgedragen), en tegelijkertijd creatief vormgegeven voor deze tijd en ons westerse bewustzijn. Daarmee heeft deze groep een experimentele kant, en is tegelijkertijd geworteld in de traditie. Uitgangspunt is het vrouwelijke potentieel, zo treffend weergegeven door Garab Dorjé en Padmasambhava, en ook door Michaela Haas, auteur van Dakini power (zie boekenlijst):
 
> Vajravarahi,
een manifestatie van Vajrayogini

'Ik wens je toe dat je
lang zult leven en je totale potentieel verwezenlijkt,
vol vreugde bent en de moed hebt om het pad naar Waarheid altijd te volgen,
je diepste verlangens vervuld worden en het goede overwint,
en dat alle levende wezens op aarde vrede, geluk, veiligheid en onderdak zullen vinden.

Laat niemand je wijsmaken dat dat onmogelijk is!'

(Voor Engelse versie: zie 3. einde artikel)


Noten:

  1. Zie Rita M. Gross, Buddhism after patriarchy.
    Het celibaat is onderdeel van de inzichten uit de hinayana (kleine voertuig naar bevrijding) die de Boeddha onderwees. De mahayana (grote voertuig) ontstond zo'n 500 jaar na de hinayana, en baseert zich ook op de sutra's, teksten die aan de Boeddha worden toegeschreven. Hinayana en mahayana zijn de basis voor de verdergaande inzichten uit de zogenaamde tantra's, teksten die dikwijls anoniem zijn. De vajrayana en dzokchen (de Volkomen Compleetheid) baseren zich op deze tantra's.
  2. 'To build a dike to a great reservoir so that the water may not overflow'. Zie Rita M. Gross, Buddhism after patriarchy.
  3. Ook: dzokchen
  4. Zie Tarthang Tulku, Mother of Knowledge, the enlightenment of Yeshes Tsogyal
  5. 311 leefregels voor nonnen en 227 voor monniken, binnen de meest gematigde Theravada ( = hinayana) school.
  6. Zie boekenlijst
  7. Nyingma Centrum Amsterdam, Zen centrum Eindhoven.
  8. Voor een inleiding over dzogchen, de volkomen compleetheid, zie: dzokchen bibliografie
  9. Marjan Möller ontmoette haar eerste belangrijke spirituele leraar Alexander Smit in 1994 en volgde vier jaar zijn onderricht in advaita vedanta (niet-tweeheid), een non-dualistische traditie, die bepaalde overeenkomsten heeft met dzogchen. Haar tweede 'root' leraar, tevens levenspartner, is Robert Hartzema, die haar de inzichten uit het Tibetaans boeddhisme en dzogchen heeft overgedragen en met wie ze sinds 2001 les geeft in bewustwording. Sinds 2005 geven ze gezamenlijk zowel de studie boeddhistische psychologie als de voortgezette groepen over dzogchen. Marjan is in 2011 na zijn aansporingen met de Vajrayogini groep gestart.
  10. Zie: boeddhistische psychologie.

Engelse versie van uitspraken:

1:
Wonderful yogini, practitioner of the secret teachings!
The basis for realizing enlightenment is a human body.
Male or female – no great difference.
But if she develops a mind bent on Liberation,
A woman's body is better.

> terug

2:
My compassion will never change or fade
To see me as gone is an eternalistic viewpoint.
I have not died, I have not gone anywhere.
Pray to me – even if I do not appear in person,
I will give the desired siddhis
To those with one-pointed devotion'

> terug

3:
'May you live long and realize your fullest potential
May your spirits soar high, and may you always have the courage to follow the truth
May all your aspirations be fulfilled and goodness prevail
May every being on earth find peace and happiness, shelter and refuge
Don't let anybody tell you it can't be done!'

> terug


Boekenlijst:

Vrouwen en het boeddhisme:
Rita M. Gross, Buddhism after patriarchy, State University of New York 1993
Anne C. Klein, Meeting the great bliss queen, Snow Lion Publications, 1995
Keith Dowman, Sky dancer (over Jeshes Tsogyal),Snow Lion Publications, 1996
Miranda Shaw, Passionate enlightenment- women in tantric Buddhism, Princeton University Press, 1994
Judith Simmer-Brown, Dakini's warm breath, Shambhala Publications Boston, 2001 (Nederlandse vertaling: Het vrouwelijke principe in het Tibetaans boeddhisme; De warme adem van de dakini, Kunchab 2004)
Sarah Harding, Niguma, Lady of illusion, Snow Lion Publications New York 2010
Lenore Friedman & Susan Moon, Being bodies, Shambhala Publications Boston, 1997
Sandy Boucher, Turning the Wheel, Beacon Press Boston, Massachusetts 1988

Over vrouwelijke rolmodellen:
Tarthang Tulku, Mother of Knowledge, the enlightenment of Yeshes Tsogyal, Dharma Publishing 1983
Lama Chonam & Sangye Khandro, The lives and liberation of Princess Mandarava, Wisdom Publications Somerville, Massachusetts 1998
Tsultrim Allione, Women of wisdom, Penguin group London 1984
Michaela Haas, Dakini power, Snow Lion Boston & London 2013
Hildegard Diemberger, When a woman becomes a religious dynasty, Columbia University Press 2007

Van Robert Hartzema & Marjan Möller:
Mandala, energie, emoties en bevrijding, uitgeverij Karnak 2013

Romans over leven van vrouwen/nonnen in Tibet & Bhutan:
Kunzang Choden, Tsomo's karma, de Geus Breda 2009
Yangzom Brauen, Moederland, de Boekerij Amsterdam 2010 (Eerder verschenen onder titel: Sneeuwland)